Niederländisch-Einstufungstest – Gratis-Online-Test von A1 bis B1

Sie wollen einen Niederländisch-Kurs belegen, verfügen aber möglicherweise bereits über Vorkenntnisse? Auf welchem Niveau von A1 bis B1, sich diese befinden, können Sie gerne mittels des Niederländisch Einstufungstests der Sprachschule Aktiv ganz leicht online herausfinden, indem Sie einfach Ihre Sprachkenntnisse prüfen, bevor Sie Ihren Niederländisch-Folgekurs buchen.

Bevor Sie sich daran machen, Niederländisch zu lernen, sollten Sie ermitteln, über welche Sprachkenntnisse Sie in Niederländisch bereits verfügen. Dies geht ganz einfach mit dem Niederländisch-Einstufungstest vonstatten, indem dieser online von A1 bis B1 Ihre bereits erworbenen Kompetenzen der niederländischen Sprache misst. Wenn Sie dem Einstufungstest Niederländisch durchlaufen haben, kontaktieren Sie die Sprachschule Aktiv Wien, um an einen Niederländisch-Sprachkurs Ihrer Wahl teilzunehmen.

Wie funktioniert der Einstufungstest Niederländisch?

Sie beginnen mit der ersten Frage und klicken sich weiter bis zur letzten Frage. Für jede Frage ist eine Antwort nach dem Single-Choice-Prinzip zu wählen. Das heißt, dass jeweils nur eine Antwort pro Frage gültig ist. Nach Beendigung des Online-Einstufungstests, also nach Beantwortung aller Fragen bis zur letzten Frage, erhalten Sie automatisch online Ihr Testergebnis auf Ihrem Bildschirm. Setzen Sie sich dann in Kontakt mit uns, um Ihren Niederländisch-Sprachkurs zu buchen.

Wenn Sie beim Online-Einstufungstest Niederländisch in einer Stufe weniger als 80% erzielt haben, so sollten Sie den Niederländisch -Kurs auf dieser Stufe wählen. Haben Sie mehr als 80% erzielt, so ist ein Niederländisch -Kurs der nächsten Stufe anzuraten. Am besten durchlaufen Sie daher die Online- Niederländisch-Einstufungstests in allen Stufen, bis Sie weniger als 80% erreicht haben und finden so den für Sie zutreffenden Niederländisch -Kurs.

Deutschkurse A1, A2, B1, B2, C1, C2 in Wien mit Förderung

Niederländisch Einstufungstest: Niveau A1

1 / 30

....... je graag in Rotterdam?

2 / 30

Wij.....niet bekend in Amsterdam

3 / 30

Jij.....heel goed Nederlands.

4 / 30

Hij …..Johan en zij …..Maria.

5 / 30

Mijn ouders …..Nederlands.

6 / 30

.....jullie vandaag joggen?

7 / 30

Iedere dag.....Joep en Wietske gitaar.

8 / 30

Waar komen jullie ......? Wij komen uit Duitsland.

9 / 30

Hij.....Oostenrijk een prachtig land.

10 / 30

Onze buren.....twee kranten per dag.

11 / 30

Mijn ...... komen vanavond bij ons eten.

12 / 30

Zeg, heb jij aardige ......?

13 / 30

...... ligt een stapel kranten op de keukentafel.

14 / 30

Hoeveel.....en.....heeft u?

15 / 30

Mijn.....eten heel graag.....!

16 / 30

Dit boek is niet van mij. Is het ...... boek?

17 / 30

Op het feest heb ik vele ...... leren kennen.

18 / 30

Bij het café op de hoek krijg je altijd een.....kopje koffie en ...... appeltaart.

19 / 30

We ...... vandaag vertrekken......jij onze balkonplanten gieten?

20 / 30

Ik heb zin.....patat met ketchup.

21 / 30

...... je wanneer de film.....?

22 / 30

Ik was.....iedere week.

23 / 30

Weet u ...... het station is?

24 / 30

Hoe.....de vrouw van de Nederlandse koning? Maxima!

25 / 30

Ik heb in Spanje …..en.....

26 / 30

Ken je mijn oudste zuster?Ja, ik ken.....

27 / 30

Mijn vader is …..mijn oom.

28 / 30

Vannacht heb ik heel slecht.....

29 / 30

Hoe laat is het? Het is kwart.....elf.

30 / 30

We ontmoeten ….. morgen op kantoor.

Deine Punktzahl ist

0%


Niederländisch Einstufungstest: Niveau A2

1 / 30

Wie is ...... vrouw, daar in de tuin?

2 / 30

Wat een mooie broek! Kan ik....even passen?

3 / 30

Wij spreken geen Italiaans! Wie kan.....helpen?

4 / 30

Gisterochtend ...... we met een nieuwe les begonnen.

5 / 30

Hein en Joep zijn in Frankrijk op vakantie ......

6 / 30

Vorige week heb ik mijn tante .....

7 / 30

Ik ken het woord niet. Wat.....het?

8 / 30

Ik.....op vakantie gaan, maar ik ...... voor mijn grootmoeder zorgen.

9 / 30

Toen ik nog een kind was, .....ik niet laat naar bed.

10 / 30

Interesseert u.....voor de politiek?

11 / 30

Heb je een pen bij.....?

12 / 30

Hij is bij het Centraal Station ......

13 / 30

Ik had ...... op kantoor vandaag heel druk!

14 / 30

Jannie heeft een nieuwe baan, ze ..... zeker meer verdienen.

15 / 30

In Utrecht zijn ..... niet veel toeristen.

16 / 30

Als je hier koopt ..... je niet contant te betalen. Je ..... er met een pasje betalen.

17 / 30

Het ...... hoekappartement staat al heel lang te koop.

18 / 30

Wat doe je? Op het moment zit ik ..... schrijven.

19 / 30

Toen we jong waren,...... we veel gereisd.

20 / 30

...... we de eerste keer naar Groningen gingen, namen we de verkeerde trein.

21 / 30

Er is ..... de drukte veel politie op de been.

22 / 30

Ik heb een moeilijke opleiding ......, waarvoor ik veel werken moet.

23 / 30

De weg is gestremd, ...... het te veel geregend heeft.

24 / 30

De levensmiddelen zijn in de afgelopen maanden flink ,,,,,, geworden.

25 / 30

Ik zou graag eens op vakantie naar de Waddeneilanden ......

26 / 30

De auto die ik gisteren naar de werkplaats heb gebracht is al ......

27 / 30

Als ik een miljoen in de staatsloterij zou winnen, .....

28 / 30

Omdat ik de kaartjes online ......, hoefden we in de bioscoop niet lang in de rij te staan.

29 / 30

Houd je van dat lied? Ja, ik houd ...... erg van.

30 / 30

Omdat het gisteren droog weer was, ..... het gras bij de buren gemaaid.

Deine Punktzahl ist

0%


Niederländisch Einstufungstest: Niveau B1

1 / 30

Hoewel ik veel aandacht aan de lessen van de cursus besteed heb, .....

2 / 30

Ik trof Marlien ...... ik boodschappen had gedaan.

3 / 30

Ik vraag mij af ...... de wandeling door kan gaan vanwege het weer.

4 / 30

Er is een lange file op de weg ontstaan .....

5 / 30

Ik ...... nooit in een hele grote stad willen wonen.

6 / 30

Uit het onderzoek ..... dat Frankrijk bij toeristen heel populair is.

7 / 30

Als ik genoeg geld ...... , ...... ik een mooi huis.

8 / 30

Weet je ..... ik kan doen met mijn oude boeken?

9 / 30

...... armer de mensen hoe geringer de kansen.

10 / 30

Als ik jou was, ...... ik beter opletten.

11 / 30

Grootmoeder kan niet komen ...... zij is ziek.

12 / 30

Wonen er in Deventer ...... veel mensen ...... in Zwolle?

13 / 30

De regering heeft voor het komende jaar een economische groei ......

14 / 30

We praten vanavond met de advocaat om het probleem ......

15 / 30

Heb je de krant al gekocht? Ja, ik heb ...... net gekocht.

16 / 30

Houden jullie van pannekoeken met spek? Nee, ...... houden we helemaal niet van!

17 / 30

Dit is de bus ...... we naar Enschede gaan.

18 / 30

Het huis ...... ik opgegroeid ben bestaat niet meer.

19 / 30

...... ieder jaar steeds minder gerookt.

20 / 30

We moeten ...... de economische situatie.

21 / 30

Ik ben voor het examen gezakt en ik schaam me.....

22 / 30

Werken jullie dagelijks met deze machine? Ja, ...... werken we bijna altijd ......

23 / 30

Voor het jubileum werden vele ...... en ...... munten geslagen.

24 / 30

Wat doet je moeder nu? Ze.

25 / 30

Hein is een vriend ..... ik rekenen kan.

26 / 30

Er is nog veel …..we moeten doen.

27 / 30

De strenge maatregelen zijn ...... de regering versoepeld.

28 / 30

De generaal was ...... het politieke schandaal.

29 / 30

Ik heb altijd in Stockholm .......

30 / 30

Ik verbaas me ..... dat het hier zo rustig is.

Deine Punktzahl ist

0%